Geschiedenis van foie gras

Foie gras ontstond onder de vaardige handen van onze voorouders, en is verworden tot een duizendjarige traditie. Meer dan 4500 jaar geleden maakten de Egyptenaren de smakelijke ontdekking dat wilde ganzen, die zich voor hun wintertrek hadden volgegeten, grote, lekkere levers hadden. Ze begrepen dat de ganzen spontaan vetreserves hadden aangelegd, en begonnen ze te domesticeren en met vijgen vet te mesten. Dat was het begin van een langdurige traditie, waarvan Egyptische fresco’s van de Vijfde Dynastie in de necropolis van Sakkara getuigen. Ook de Romeinen waren bijzonder enthousiast over vervette levers, en voerden het kweken van ganzen en eenden in Gallië in.

Na de val van het Romeinse Rijk, verspreidde de traditie van de foie gras zich verder naar Midden-Europa onder de invloed van Joodse kooplieden, die met ganzenvet kookten. Met de ontdekking van maïs door Christopher Colombus, won het mesten van eenden en ganzen snel aan belang in Europa.

Het werd een wijdverspreide techniek in onder meer de Elzas, Hongarije en Bulgarije. Ganzenkwekerijen en foie gras maken nog altijd integraal deel uit van deze culturen, die ook vandaag nog vermaard zijn voor hun vakkennis.

Na een opmerkelijke entree op de Koninklijke tafel van Henri IV, is foie gras nooit meer uit de gastronomische keuken verdwenen.

Het is nu 30 jaar geleden dat Upignac de kunst van het foie gras is begonnen, en meer bepaald in het kleine dorpje Upigny in Naams Haspengouw.